Onderzoek naar woningbouwbeleid Oude IJsselstreek
De rekenkamercommissie van de gemeente Oude IJsselstreek heeft recent een rapport uitgebracht over het woningbouwbeleid van de gemeente. Dit beleid is onderzocht vanwege de groeiambities van de gemeente zoals die zijn verwoord in het visie-document ‘Op weg naar 2020’. Er is onderzocht of de groeiambities voldoende zijn onderbouwd, en de woningbouwprojecten effectief en efficiënt worden uitgevoerd.
De rekenkamercommissie Oude IJsselstreek concludeert na onderzoek dat het niet waarschijnlijk is dat de gemeente Oude IJsselstreek zich zal ontwikkelen tot een gemeente die in 2020 47.000 tot 50.000 inwoners telt. Deze ambities acht de rekenkamercommissie onvoldoende onderbouwd. Wel acht de rekenkamercommissie het reëel dat de gemeente zich – ondanks de neergaande demografische trend – verder ontwikkelt als een vitale en leefbare plattelandsgemeente die zijn huidige omvang zal behouden.
Het gemeentelijke visiedocument ‘Op weg naar 2020’ biedt door zijn nadruk op een integrale aanpak een goede basis voor het werken aan vitaliteit. Om deze samenhang in het beleid te waarborgen zal het beleid op deelterreinen echter verder moeten worden uitgewerkt. Wanneer dat niet gebeurt, blijven termen als vitaliteit en leefbaarheid containerbegrippen met te weinig inhoud. De rekenkamercommissie beveelt aan om daarbij niet meer uit te gaan van forse groei, maar van bestendiging van het aantal inwoners. Deels wordt dit al gedaan: De gemeentelijke Woonvisie gaat inmiddels uit van 42.000 inwoners in 2020.
De rekenkamercommissie wijst in het rapport op de risico’s van het vasthouden aan forse groei, bijvoorbeeld bij de uitwerking van het voorzieningenbeleid.
De afzonderlijke woningbouwprojecten die de rekenkamercommissie heeft onderzocht voldoen aan de door de gemeente zelf vastgestelde uitgangspunten. Uitvoering en organisatie bieden naar het oordeel van de rekenkamercommissie voldoende waarborgen voor effectieve en efficiëntie realisatie per project. Financiële risico’s voor de gemeente zijn hier beperkt. Wel wijst de rekenkamercommissie hier op andere risico’s. De druk op bestaande bouw en inbreidingslocaties kan toenemen als grote aantallen woningen min of meer gelijktijdig worden opgeleverd. Het is van belang om bij de fasering rekening te houden met de werking van de lokale woningmarkt.
Klik hier voor de Nota van bevindingen - woningbouwbeleid 2008
Klik hier voor de Bestuurlijke Nota van de rekenkamercommissie 2008