VAB-beleid: kwaliteitsslag op het platteland
Door de ontwikkelingen in de landbouw komen er steeds meer agrarische bedrijfsgebouwen, maar ook andere gebouwen, leeg te staan. Dat heeft er toe geleid dat er binnen de ruimtelijke ordening meer mogelijkheden zijn ontstaan om die vrijkomende gebouwen voor andere doeleinden te gaan gebruiken. Dit is een onderdeel van het ‘Beleid voor Vrijkomende (Agrarische) Bebouwing (VAB-beleid). Er is nu ook een regeling voor niet meer in gebruik zijnde, overtollige, gebouwen in het buitengebied.
De zogenoemde "rood voor rood " regeling van een aantal jaren geleden opende de mogelijkheid om bij beëindiging van een intensieve veehouderij in samenhang met sloop van de stallen een sloopvergoeding te ontvangen of een nieuwe woning op het agrarisch bouwperceel te bouwen. Een succesvolle regeling. die menigeen in staat stelde om daadwerkelijk tot bedrijfsbeëindiging en sloop van de overtollige gebouwen te komen. De vraag om een soortgelijke regeling voor overtollige bebouwing waarin al langer geen bedrijfsvoering meer plaatsvindt kwam daar vanzelf uit voort.
Leefbaarheid, vitaliteit en ruimtelijke kwaliteit
In aansluiting hierop heeft de provincie een soortgelijke regeling ingesteld voor bebouwing waar geen bedrijfsvoering meer plaatsvindt, bijvoorbeeld niet meer in gebruik zijnde kippenschuren. Wel is daaraan de voorwaarde verbonden dat de functieverandering een impuls moet geven aan de leefbaarheid, vitaliteit en ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied. De gemeenten in de regio Achterhoek hebben hieraan invulling gegeven in de beleidsnota "Functies zoeken plaatsen zoeken functies ". De gemeenteraad van Oude IJsselstreek heeft in haar vergadering van 29 mei 2008 in aanvulling op die regionale nota nadere criteria vastgesteld voor de functieverandering naar wonen.
Nieuwe woning in ruil voor sloop
Tegen sloop van tenminste 750 m2 (duurzame) bebouwing kan er in principe één nieuwe woning worden gebouwd op het betreffende perceel c.q. erf. Daarbij geldt dat met uitzondering van de bestaande woning en de bebouwing die kan worden gebruikt als bijgebouw voor de woning(en) alle gebouwen moeten worden gesloopt. Het is ook mogelijk om meer dan één woning te bouwen, wanneer er voor elke woning tenminste 1000 m2 kan worden gesloopt. Drie nieuwe woningen geldt echter als maximum per locatie, waarvoor dan dus minimaal 3000 m2 moet worden gesloopt.
Verbouw bestaand (bedrijfs)gebouw tot woning:
Als de mogelijkheid bestaat om een bestaand gebouw tot woonruimte te verbouwen, dan heeft dat de voorkeur boven nieuwbouw. Voor verbouw geldt een minimale sloopnorm van 500 m2 en de bepaling dat het om maximaal 2 gebouwen kan gaan met elk maximaal 2 woningen daarin.
Eisen ruimtelijke kwaliteit
Een belangrijk uitgangspunt van de regeling is dat er de nodige ruimtelijke kwaliteitswinst moet worden behaald. Landschappelijke inpassing op basis van het Landschapsontwikkelingsplan geldt als randvoorwaarde. Bij elke aanvraag moet dan ook met een door een deskundige opgesteld inrichtingsplan worden aangetoond hoe het geheel landschappelijk wordt ingepast. Daarbij gaat het niet alleen om de (streekeigen) beplanting rondom, maar ook om de erfindeling, de situering van de bebouwing en de ontsluiting.
Wethouder Haverdil ziet nieuwe kansen met dit VAB-beleid: ‘Hiermee kunnen we een kwaliteitsslag maken op het platteland. We kunnen het mooie Achterhoekse landschap verfraaien door oude schuren op te ruimen en een goed omgevingsplan te maken. Maar ook agrariërs, die voornemens zijn te stoppen, op een verantwoorde manier helpen bij het realiseren van een woning.'
- 18 juni 2008